|
rentmeesterschap inplaats van eigenaar
|
|
Opvallen
door een vroom en kuis gedrag?
Ja zeg, we
leven in de 21ste eeuw, hoor.
Juist daarom
...
Wij zijn,
als individu, geen toevalligheid. Nee, wij maken deel uit van een groter
plan, dat generaties van mensen omvat. Wij bepalen mede, hoe de volgende
generatie zal kunnen of moeten leven. En dat schept verantwoordelijkheid.
De gereformeerden
noemen dat 'rentmeesterschap' over onze planeet. Helemaal geen slecht
uitgangspunt, vindt u niet? Want we zijn immers geen 'eigenaar' van onze
planeet, al doen we graag alsof.
|
|
niet alleen voor jongeren
ook voor ouderen
het moet echt, in iedere levensfase en overal
waarom niet gewoon beginnen
vroomheid en kuisheid zijn verkeerd geladen woorden
|
|
Shoghi
Effendi, de Behoeder van het Bahá'í Geloof en
achterkleinzoon van de Stichter Bahá'u'lláh, laat er geen
enkele twijfel over bestaan. Om een sterke en levensvatbare bahá'í gemeenschap
te willen hebben moeten mensen opvallen door een
vroom en kuis gedrag.
En
dat in deze tijd waarin het overgrote deel van de mensen juist het tegenovergestelde
doet. Vrome mensen worden allang niet meer voor vol aangezien en dan wil
je nog kuis zijn ook. Het krijgt dan ook bijzondere
betekenis om in deze tijd vroom en kuis te willen zijn omdat het nu zoveel
moeilijker is.
En
wat wordt er allemaal mee bedoeld? Wat betekenen vroomheid en kuisheid
als je in je vakantie in Spanje aan het strand ligt, en waarover praat
je met je vrienden en vriendinnen als die zijn gaan stappen? Misschien
ben je die dan ook meteen kwijt. Kun je eigenlijk nog wel op vakantie?
Kun je dan in deze tijd nog wel met anderen omgaan?
En
het moet echt, in iedere levensfase en overal,
zegt Shoghi Effendi. Is dit een kant van het Bahá'í geloof waar we liever
niet zo graag aan denken? Doet ons dit meer denken aan een star calvinisme
wat we gelukkig kwijt waren? Moeten we alles stiekem gaan doen, wat niet
weet niet deert? Of zeggen we liever dat wij daar nog niet aan toe zijn,
dat we daar wel naar toe zullen groeien.
Natuurlijk
is niemand daartoe in staat. Maar waarom niet beginnen, zoals Shoghi Effendi
zegt, in de eigen bahá'í gemeenschap. Op zomerscholen, bij bahá'í aktiviteiten,
bij evenementen, bij herdenkingsdagen, bij weekends, bij onderricht. Wij
kunnen elkaar hierbij steunen. Van ons géén hoongelach, geen kritiek,
alleen steun, begrip, bemoediging, lachen om elkaars pogingen en falen.
We
hebben vaak alleen verouderde en soms nare ervaringen
met woorden als vroomheid en kuisheid. Consulteer met elkaar over
wat vroomheid is, wat kuisheid is. Blaas die begrippen
nieuw leven in.
Bekijk eens hoe we dat in ons eigen persoonlijke leven niet alleen vorm
kunnen geven, maar ook tot vertrekpunt van ons leven kunnen maken.
Dan
gaan we genieten van begrippen als 'zuiverheid',
'nederigheid', 'oprechtheid' en van 'verdieping'.
En dan vinden we ons plotseling klaar voor dat grotere werk, waarvoor
we eerst klaar moéten zijn.
|
|
dagelijkse waakzaamheid
opgeven van lichtzinnig gedrag en onbeduidend, misleidend vermaak
geen misbruik van kunst en literatuur
geen homo-huwelijk, naaktloperij, ontrouw, prostitutie
niet schipperen met je principes, normen waarden
|
|
Shoghi
Effendi zegt in Zijn boek 'Advent of Divine Justice':
Een
vroom en kuis leven moet worden gezien als een wezenlijke factor die een
passend aandeel moet leveren aan de versteviging en de levensvatbaarheid
van de bahá'í gemeenschap, waarvan op zijn beurt weer het succes van alle
bahá'í plannen en initiatieven afhangt. In deze tijd waarin ongeloof het
moreel verzwakt en het fundament van de moraal ondermijnt, moet de verplichting
tot vroomheid en kuisheid een steeds groter deel van de aandacht van de
Amerikaanse gelovigen als individu en als behoeders van de belangen van
het Geloof van Bahá'u'lláh opeisen. Bij het voldoen aan deze verplichting
die door de speciale omstandigheden, die voortvloeien uit een buitensporig
en verzwakkend materialisme dat nu in hun land heerst, bijzondere betekenis
krijgt, moeten zij een in het oog lopende en overheersende rol spelen.
Allen, mannen en vrouwen, moeten op dit dreigende tijdstip waarop het
licht van religie uitdooft en zijn gedragsregels stuk voor stuk worden
afgeschaft, stilstaan en zichzelf onderzoeken, hun gedrag nauwkeurig bekijken
en met vastberadenheid opstaan om hun gemeenschap te zuiveren van ieder
spoor van morele nalatigheid die de naam van zo'n heilig en kostbaar geloof
bezoedelt of zijn integriteit schaadt.
Een
vroom en kuis leven moet de grondslag zijn voor het gedrag en de houding
van alle bahá'ís, zowel in hun sociale betrekkingen met de leden van de
eigen gemeenschap als in hun contact met de wereld als geheel. Het moet
het vele werk en de waardevolle inspanning van hen die de begerenswaardige
positie hebben waarin zij de Boodschap van het Geloof van Bahá'u'lláh
propageren en Zijn zaken behartigen, sieren en versterken. Het moet in
iedere levensfase van hen die tot dat Geloof behoren hoog gehouden worden,
onkreukbaar en met alle consequenties, hetzij thuis, op reis, in clubs,
in verenigingen, tijdens ontspanning, op het werk, op school of op de
universiteit. Er moet bijzondere aandacht aan het gedrag worden geschonken
tijdens de sociale activiteiten op bahá'í zomerscholen en andere evenementen
die de voedingsbodem vormen voor het bahá'í gemeenschapsleven. Het moet
voortdurend en nauwgezet op één lijn worden gesteld met de taak van de
bahá'í jeugd, enerzijds als onderdeel van de bahá'í gemeenschap, anderzijds
als factor in de toekomstige ontwikkeling en oriëntatie van de jeugd van
het eigen land.
Zo'n
vroom en kuis leven met zijn consequenties van bescheidenheid, zuiverheid,
zelfbeheersing, fatsoen en reinheid van gedachte gaat gepaard met niets
minder dan het oefenen van gematigdheid bij alles wat met kleding, taalgebruik,
vertier en alle artistieke en literaire uitingen verband houdt. Het vraagt
om een dagelijkse waakzaamheid bij het beheersen van iemands vleselijke
verlangens en immorele nijgingen. Het roept op tot het opgeven van lichtzinnig
gedrag met zijn buitensporige gehechtheid aan onbeduidend en vaak misleidend
vermaak. Het verlangt volledige onthouding van alcoholische dranken, opium
en soortgelijke verslavende drugs. Het verbiedt misbruik van kunst en
literatuur, naaktloperij en het huwen met een partner van hetzelfde geslacht,
ontrouw binnen het huwelijk en alle soorten van vrij sexueel verkeer,
van te grote vrijpostigheid en van prostitutie. Het staat geen geschipper
toe met de principes, de normen, de gewoonten en de uitwassen van een
tijdperk in verval. Nee, veel meer zoekt het door de kracht van het voorbeeld
het schadelijke van dergelijke principes, de valsheid van dergelijke normen,
de onoprechtheid van dergelijke aanspraken, de valse voorstelling van
dergelijke gewoonten en het onterende
van dergelijke uitspattingen aan te tonen. (The
Advent of Divine Justice, blz. 29-30)
|