|
|
ontwikkeling van de mensheid |
|
Gods plan met de mensheid God laat de mens niet aan zichzelf over en Hij wacht zeker geen 2000 jaar |
Het plan van God "Gods plan met het zenden van Zijn Profeten naar de mensen is tweeledig. Ten eerste om de mensenkinderen van het duister der onwetendheid te bevrijden en hen naar het licht van waar begrip te leiden. Ten tweede om de vrede en rust van de mensheid te verzekeren en in alle middelen te voorzien waardoor deze tot stand gebracht kunnen worden." Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh, XXXIV, blz. 52 God
laat de mens, Zijn schepping, niet aan zichzelf over. Steeds wanneer deugden
en liefde de mensheid hebben verlaten, en de Boodschap van God tot een
dode letter is verworden, zendt Hij ons opnieuw Zijn Profeet of Boodschapper.
Die
bevestigt en verrijkt de onveranderlijke, geestelijke inhoud van de Boodschap
van alle vorige Profeten. Hij past de uiterlijke, wereldse inhoud aan
de voortschrijdende ontwikkeling van de mensheid aan en geeft ons nieuwe
profetieën over de Profeet Die na Hem komt en over de 'eindtijd', het
einde van de cyclus. Gods plan, de ontwikkeling van de mensheid, is werkelijk
perfect. |
|
| de mensheid heeft al een lange weg afgelegd | De mensheid heeft al een 'lange' weg afgelegd in zijn ontwikkeling. Je kunt dat vergelijken met de biologische ontwikkeling van een individu vanaf de conceptie tot aan diens volwassenheid. Bahá'u'lláh legt uit, dat de ontwikkeling van de mensheid in cyclussen verloopt. De cyclus die wij zojuist hebben afgesloten is de z.g. adamitische cyclus, die begon met Adam (de eerste mens) en eindigde met de Profeet Mohammed (de Boodschapper van God, het Zegel der Profeten). Omdat de ontwikkeling van de mensheid vroeger erg plaatsgebonden was, bestaan er ook parallelle cyclussen, zoals in Azië (o.a. Krishna, Boeddha), in Afrika (natuurgodsdiensten), in Amerika (indiaanse godsdiensten). Al deze cyclussen hebben betrekking op de kindertijd van de mensheid. Ze hebben één ding gemeen: ze voorzeggen allemaal een zelfde soort 'eindtijd', het einde van de cyclus, welke ons naar het begin van onze volwassenheid voert. Wij beperken ons hier tot de adamitische cyclus. | |
| evolutie of ondergang, de evolutiesprong |
De
ondergang of de evolutie van de mensheid - door Rob Borrius.
Als we de geschiedenis van het leven op aarde bestuderen, dan zien we
dat deze geen geleidelijke ontwikkeling volgt. Ze beweegt zich met sprongen.
Als een bepaald verzadigingspunt is bereikt, worden er grote aantallen
soorten vernietigd, waarna er weer andere soorten leven ontstaan. De verschillende
wetenschappen, die deze ontwikkelingen onderzoeken, komen langzamerhand
tot het inzicht dat ook de mensheid nu op zo'n evolutiesprong af snelt.
|
|
|
De
Adamitische Cyclus |
||
| stabiliteitslagen in onze cultuur: het Plan van God |
Het
Plan van God (Bahá'u'lláh) - Stabiliteitslagen in de Cultuur
(prof.dr. Arnold Cornelis) |
|
|
de tijd vóór Adam H.P. Blavatsky Isaac la Peyrère Bahá'u'lláh
|
Waaruit
bestond de mensheid dan vóór deze cyclussen? Blavatsky beschrijft in de eerste zeven stanza's van Dzyan de schepping van de mensheid door God, met het doel aan het einde van diens ontwikkeling weer tot Hem terug te keren. Eerst is de mens een voelend, vormloos leven, maar met verstand geboren, dat zich verder ontwikkelt tot de mens zoals wij die bij de aanvang van de Openbaring van Adam herkennen. Kaïns vrouw kwam uit China of Amerika? Waar komt de mens vandaan? Sinds de verschijning van The Origin of Species van Charles Darwin in 1859 heerst het geloof dat de mens van de aap afstamt. Twee eeuwen eerder zei Isaac la Peyrère dat Adam niet de eerste mens op aarde was. Eerder dan Adam leefden er preadamieten op aarde, zei La Peyrère. Hij schreef er een boek over, dat nu weer de aandacht trekt. Bahá'u'lláh zegt over de mensen uit de tijd, voorafgaande aan de Profeet Adam: "Weet dat de afwezigheid van enige verwijzing naar hen nog geen bewijs is dat zij niet werkelijk hebben bestaan. Dat er geen annalen beschikbaar zijn over hen moet zowel worden toegeschreven aan het feit dat zij in het verre verleden hebben geleefd als aan de enorme veranderingen die de aarde sindsdien heeft ondergaan. Bovendien kenden de generaties vóór Adam geen geschreven taal." Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh , Stg. Bahá'í Literatuur, Den Haag, 1979, blz. 104-105. | |
|
Adam de eerste Profeet en niet de eerste mens
|
Ook de Koran leert, dat de schepping en lichamelijke ontwikkeling van de mens het gevolg zijn van een evolutieproces en op dezelfde wijze ook de intellectuele ontwikkeling van de mens door een evolutieproces tot stand is gekomen. Toen de ontwikkeling van het menselijk verstand het stadium had bereikt waarin de mens in staat was een samenleving te vormen en volgens een georganiseerd maatschappelijk stelsel te leven, zond God Zijn openbaring aan Adam, die in zijn tijdperk het meest ontwikkelde verstand bezat en daardoor de eerste Profeet kon worden. |
|
|
Bahá'u'lláh de laatste, maar niet de allerlaatste, Profeet Bahá'u'lláh
|
De
nieuwe universele cyclus, de volwassenheid van de mensheid. Voor Israël betekent Hij niets minder dan de vleeswording van de "eeuwige Vader", de "Heer der Heerscharen", nedergedaald "met tienduizend heiligen"; voor het Christendom de Christus weergekeerd "in de heerlijkheid van de Vader"; voor de Shí'ah Islám de wederkeer van de Imám Husayn; voor de Sunní Islám de nederdaling van de "Geest van God"; voor de Zoroastriërs de beloofde Sháh-Bahrám; voor de Hindoes de reïncarnatie van Krishna; voor de Boeddhisten de vijfde Boeddha. God schrijdt voorbij, Shoghi Effendi, 1983, Stg. Bahá'í Literatuur, den Haag, blz. 98 | |