wereldeenheid

 

ontwikkeling van de mensheid

Gods plan met de mensheid

God laat de mens niet aan zichzelf over en Hij wacht zeker geen 2000 jaar

 

Het plan van God

"Gods plan met het zenden van Zijn Profeten naar de mensen is tweeledig. Ten eerste om de mensenkinderen van het duister der onwetendheid te bevrijden en hen naar het licht van waar begrip te leiden. Ten tweede om de vrede en rust van de mensheid te verzekeren en in alle middelen te voorzien waardoor deze tot stand gebracht kunnen worden." Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh, XXXIV, blz. 52

God laat de mens, Zijn schepping, niet aan zichzelf over. Steeds wanneer deugden en liefde de mensheid hebben verlaten, en de Boodschap van God tot een dode letter is verworden, zendt Hij ons opnieuw Zijn Profeet of Boodschapper. Die bevestigt en verrijkt de onveranderlijke, geestelijke inhoud van de Boodschap van alle vorige Profeten. Hij past de uiterlijke, wereldse inhoud aan de voortschrijdende ontwikkeling van de mensheid aan en geeft ons nieuwe profetieën over de Profeet Die na Hem komt en over de 'eindtijd', het einde van de cyclus. Gods plan, de ontwikkeling van de mensheid, is werkelijk perfect.

Of zoals 'Abdu'l-Bahá dat gezegd heeft: "God laat Zijn kinderen niet zonder troost; als het duister van de winter hen overschaduwt, zendt Hij wederom Zijn Boodschappers, de Profeten, met een vernieuwing van de gezegende lente. De Zon van Waarheid verschijnt opnieuw aan de horizont van de wereld, schijnt in de ogen van hen die slapen en doet hen ontwaken om de heerlijkheid van een nieuwe dageraad te aanschouwen. Dan zal de boom der mensheid weer bloeien en de vruchten van rechtvaardigheid voortbrengen ter genezing van de volkeren. Omdat de mens zijn oren heeft dichtgestopt voor de Stem van Waarheid en zijn ogen heeft gesloten voor het heilige Licht, voorbijgaand aan de Wet van God, daarom heeft het duister van oorlog en chaos, onrust en ellende de aarde tot een troosteloos geheel gemaakt. Ik bid dat u allen er naar zult streven ieder kind van God te leiden naar de straling van de Zon van Waarheid, opdat de doordringende stralen van Zijn heerlijkheid de duisternis mogen verdrijven en de winterse hardheid en koude moge wegsmelten door de genadevolle warmte van Zijn schijnsel." 'Abdu'l-Bahá, Toespraken in Parijs, De Zon van Waarheid

 
de mensheid heeft al een lange weg afgelegd   De mensheid heeft al een 'lange' weg afgelegd in zijn ontwikkeling. Je kunt dat vergelijken met de biologische ontwikkeling van een individu vanaf de conceptie tot aan diens volwassenheid. Bahá'u'lláh legt uit, dat de ontwikkeling van de mensheid in cyclussen verloopt. De cyclus die wij zojuist hebben afgesloten is de z.g. adamitische cyclus, die begon met Adam (de eerste mens) en eindigde met de Profeet Mohammed (de Boodschapper van God, het Zegel der Profeten). Omdat de ontwikkeling van de mensheid vroeger erg plaatsgebonden was, bestaan er ook parallelle cyclussen, zoals in Azië (o.a. Krishna, Boeddha), in Afrika (natuurgodsdiensten), in Amerika (indiaanse godsdiensten). Al deze cyclussen hebben betrekking op de kindertijd van de mensheid. Ze hebben één ding gemeen: ze voorzeggen allemaal een zelfde soort 'eindtijd', het einde van de cyclus, welke ons naar het begin van onze volwassenheid voert. Wij beperken ons hier tot de adamitische cyclus.
   
evolutie of ondergang, de evolutiesprong  

De ondergang of de evolutie van de mensheid - door Rob Borrius. Als we de geschiedenis van het leven op aarde bestuderen, dan zien we dat deze geen geleidelijke ontwikkeling volgt. Ze beweegt zich met sprongen. Als een bepaald verzadigingspunt is bereikt, worden er grote aantallen soorten vernietigd, waarna er weer andere soorten leven ontstaan. De verschillende wetenschappen, die deze ontwikkelingen onderzoeken, komen langzamerhand tot het inzicht dat ook de mensheid nu op zo'n evolutiesprong af snelt.

 

De Adamitische Cyclus
De grote Profeten, de Boodschappers van God, de Openbaarders, de Manifestaties van God, deze Spiegels Die het licht van goddelijke Eenheid weerkaatsen, worden door Bahá'u'lláh met name genoemd: Adam, Abraham, Mozes, Zoroaster, Jezus Christus, Mohammed.

     
stabiliteitslagen in onze cultuur: het Plan van God  

Het Plan van God (Bahá'u'lláh) - Stabiliteitslagen in de Cultuur (prof.dr. Arnold Cornelis)
Er kunnen, historisch gezien, drie stabiliteitslagen in onze cultuur worden onderscheiden, het natuurlijke systeem (de tijd vòòr de adamitische cyclus), het sociaal regelsysteem (de adamitische cyclus zelf) en het communicatieve zelfsturingsysteem (de nieuwe universele cyclus, de nieuwe wereldorde). We ontwikkelen in iedere stabiliteitslaag een andere logica om betekenissen te verlenen aan het gevoel. Elk systeem brengt ook een ander mensentype voort. Ieder mens doorloopt die mensentypes in zijn bestaan of probeert dat te doen, gestuurd vanuit de logica van het gevoel.

     

de tijd vóór Adam

H.P. Blavatsky

Isaac la Peyrère

Bahá'u'lláh

 

 

 

Waaruit bestond de mensheid dan vóór deze cyclussen?
De tijd van de mensheid vóór diens 'kindertijd', noem ik gemakshalve maar 'embryonale tijdperk'. Het is mijn persoonlijke mening, dat over deze tijd door mevrouw H.P. Blavatsky in haar boek De Geheime Leer is geschreven. Dit boek verscheen in 1888 in twee dikke delen. Het eerste gaat over de kosmosgenesis en is een studie over het ontstaan en de ontwikkeling van het heelal en het tweede gaat over het ontstaan en de ontwikkeling van de mens.

Blavatsky beschrijft in de eerste zeven stanza's van Dzyan de schepping van de mensheid door God, met het doel aan het einde van diens ontwikkeling weer tot Hem terug te keren. Eerst is de mens een voelend, vormloos leven, maar met verstand geboren, dat zich verder ontwikkelt tot de mens zoals wij die bij de aanvang van de Openbaring van Adam herkennen.

Kaïns vrouw kwam uit China of Amerika? Waar komt de mens vandaan? Sinds de verschijning van The Origin of Species van Charles Darwin in 1859 heerst het geloof dat de mens van de aap afstamt. Twee eeuwen eerder zei Isaac la Peyrère dat Adam niet de eerste mens op aarde was. Eerder dan Adam leefden er preadamieten op aarde, zei La Peyrère. Hij schreef er een boek over, dat nu weer de aandacht trekt. Nederlands Dagblad, 17-07-1007.

Bahá'u'lláh zegt over de mensen uit de tijd, voorafgaande aan de Profeet Adam: "Weet dat de afwezigheid van enige verwijzing naar hen nog geen bewijs is dat zij niet werkelijk hebben bestaan. Dat er geen annalen beschikbaar zijn over hen moet zowel worden toegeschreven aan het feit dat zij in het verre verleden hebben geleefd als aan de enorme veranderingen die de aarde sindsdien heeft ondergaan. Bovendien kenden de generaties vóór Adam geen geschreven taal." Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh , Stg. Bahá'í Literatuur, Den Haag, 1979, blz. 104-105.

     

Adam de eerste Profeet en niet de eerste mens

 

 

 

Ook de Koran leert, dat de schepping en lichamelijke ontwikkeling van de mens het gevolg zijn van een evolutieproces en op dezelfde wijze ook de intellectuele ontwikkeling van de mens door een evolutieproces tot stand is gekomen. Toen de ontwikkeling van het menselijk verstand het stadium had bereikt waarin de mens in staat was een samenleving te vormen en volgens een georganiseerd maatschappelijk stelsel te leven, zond God Zijn openbaring aan Adam, die in zijn tijdperk het meest ontwikkelde verstand bezat en daardoor de eerste Profeet kon worden.

     

Bahá'u'lláh de laatste, maar niet de allerlaatste, Profeet

voortschrijdende Openbaring

Bahá'u'lláh

 

 

 

De nieuwe universele cyclus, de volwassenheid van de mensheid.
De 'oude' cyclussen vertegenwoordigen de kindertijd van de mensheid en hebben gelijksoortige voorspellingen van een 'eindtijd', van een 'Heraut', en een 'Messias'. De 'oude' cyclus wordt afgesloten door een 'Heraut', die een 'Poort' (= Báb in het Arabisch) vormt naar een nieuwe universele cyclus van 500.000 jaar, de komst van de Messias, de Avatar, het Laatste Oordeel, de Openbaring van Bahá'u'lláh, die de volwassenheid van de mensheid markeert.

Voor Israël betekent Hij niets minder dan de vleeswording van de "eeuwige Vader", de "Heer der Heerscharen", nedergedaald "met tienduizend heiligen"; voor het Christendom de Christus weergekeerd "in de heerlijkheid van de Vader"; voor de Shí'ah Islám de wederkeer van de Imám Husayn; voor de Sunní Islám de nederdaling van de "Geest van God"; voor de Zoroastriërs de beloofde Sháh-Bahrám; voor de Hindoes de reïncarnatie van Krishna; voor de Boeddhisten de vijfde Boeddha. God schrijdt voorbij, Shoghi Effendi, 1983, Stg. Bahá'í Literatuur, den Haag, blz. 98

 

wilt u reageren? stuur ons uw vragen of opmerkingen!