wereldeenheid

 

vergeving

gerechtigheid, rechtvaardigheid, vergeving en genade worden vaak door elkaar gebruikt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gerechtigheid, rechtvaardigheid, vergeving en genade

Begrippen als gerechtigheid, rechtvaardigheid, vergeving en genade worden vaak door elkaar gebruikt. Toch is er een belangrijk onderscheid:

Gerechtigheid is onpersoonlijk. Gerechtigheid wordt toegepast als iemand b.v. wetten of verordeningen heeft overtreden. Als een gemeenschap gerechtigheid op een juiste wijze uitoefent, ondergaan de gemeenschapsleden dit als rechtvaardig. Voorbeeld: een inbreker krijgt zijn gerechte straf en zijn slachtoffer vindt dit rechtvaardig.

Genade is net zoiets als gerechtigheid, maar dan persoonlijk. We zeggen vaak: hier is genade voor recht toegepast. Genade wordt door de gemeenschapsleden meestal niet als rechtvaardig gezien, maar als een genade. Voorbeeld: de rechter laat genade voor recht gaan, omdat inbreker die een brood stal erg arm was en honger had.

Vergeving komt alleen op het persoonlijke vlak voor. Een gemeenschap kan een inbreker geen vergeving schenken, alleen gerechtigheid en misschien zelfs begenadigen. Alleen zijn slachtoffer kan de inbreker vergeving schenken.

Het juist toepassen van deze regels in belangrijk voor het in stand houden van een gezonde gemeenschap.

   

 

De grote Profeten hebben veel geopenbaard over gerechtigheid, rechtvaardigheid, vergeving en genade. In het bijzonder in onze relatie tot God en tot onze naaste. Het belangrijkste thema is, dat als God rechtvaardig zou zijn en Zijn gerechtigheid op de mens zou toepassen, de mensheid waarschijnlijk niet meer zou bestaan. God schenkt de mens vergeving door Zijn genade. En de mens vergeeft zijn naaste uit naastenliefde, en niet door zijn genade.

Gebed om vergeving

Ik ben mij ervan bewust, o Heer, dat mijn overtredingen mijn gezicht met schaamte hebben bedekt in Uw tegenwoordigheid, en mijn rug hebben gebogen in Uw bijzijn, tussen mij en Uw schone aangezicht zijn gekomen, mij van alle richtingen hebben ingesloten en mij aan alle kanten hebben verhinderd toegang te krijgen tot de openbaringen van Uw hemelse macht.

O Heer! Als Gij mij niet vergeeft, wie is er dan om vergeving te schenken, en als Gij mij niet genadig zijt, wie is in staat medelijden te tonen? Glorie zij U, Gij schiep mij toen ik nietbestaand was en Gij voedde mij toen ik verstoken was van alle begrip. Geloofd zij U, ieder bewijs van milddadigheid komt voort uit U en ieder teken van genade is afkomstig uit de schatkamers van Uw machtwoord. De Báb

   

 

Gebed om genade

O God, mijn God! Uw genade heeft mij moed gegeven en Uw gerechtigheid vervulde mij met vrees. Gelukkig is de mens, die Gij Uw genade hebt geschonken, en wee hem, die Uw gerechtigheid ondergaat.

Heer! Ik ben voor Uw gerechtigheid gevlucht en heb Uw genade gezocht; ik heb mij van Uw toorn afgewend en bid om Uw vergiffenis. Bahá'u'lláh

   

geen erfzonde maar ontwikkeling der mensheid

God schenkt vergeving en genade omdat Hij ons dat gezegd heeft

 

Zijn wij van nature zo slecht, dat wij genade en vergeving nodig hebben? Komt dat door onze erfzonde, de zonde van Adam en Eva tegen God?

Natuurlijk niet. God heeft ons naar Zijn beeld geschapen, en dat beeld is niet slecht maar in aanleg goed. Het ligt aan onszelf wat wij ervan maken, daarom hebben wij ons verstand gekregen. Voor de zonden van Adam en Eva zijn wij niet verantwoordelijk. Die dingen behoren tot de ontwikkeling van de mensheid, met vallen en opstaan. Een ontwikkeling die gebaseerd is op 'leren' en 'zelfkorrektie'. Een mens leert, maakt fouten (bewust of onbewust) en leert van zijn fouten. Het is noodzakelijk en zelfs onvermijdelijk dat een mens tijdens zijn ontwikkeling fouten maakt en zonden begaat. Dat is ook de reden dat God Zichzelf de "Verheler van 's-mensen zonden" en de "Immervergevende" noemt. En dat doet Hij niet voor Zichzelf, maar voor onze gemoedsrust. Bahá'u'lláh zegt in Zijn Bloemlezing: "Hoe kunt Gij worden uitgeroepen tot de Verheler van 's mensen zonden, de Immervergevende, de Alwetende, de Alwijze, als er geen ongerechtigheid zou worden bedreven?" Met andere woorden: als de mens niet had mogen zondigen, had God ons geen genade en vergeving aangeboden.

   
gerechtigheid en naastenliefde  

Naastenliefde

"Als iemand u een slag geeft op uw rechterwang, keer hem de andere toe." Christus leerde de mensen om niet persoonlijk wraak te nemen. Hij bedoelde met vergiffenis en genade schenken niet dat, wanneer iemand u aanvalt, uw huis in brand steekt en leegplundert, vrouwen en kinderen aanrandt, u zich aan hem moet onderwerpen en moet toestaan dat hij al deze wreedheden uitvoert. Nee, Christus' woorden hebben betrekking op twee personen ten opzichte van elkaar. Indien iemand een ander kwaad doet, moet hij hem om vergeving vragen en moet de ander hem vergeven. Doch de gemeenschap moet het recht van de mens beschermen; de gemeenschap heeft recht op verdediging en zelfbescherming.

     
vanwaar komt vergeving?  

Vergeving

Alle vergeving komt in deze Dag van God, van Hem met Wien niemand te vergelijken is en Die geen deelgenoten heeft, de souvereine Beschermer aller mensen en de Verheler van hun zonden! Hij, de Aloude der onvergankelijke dagen is gekomen, omgord met majesteit en macht. Er is geen ander God dan Hij, de Alglorierijke, de Almachtige, de Allerhoogste, de Alwijze, de Aldoordringende, de Alziende, de Albezielde, de souvereine Beschermer, de Bron van eeuwig Licht! Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh, XV, blz. 25

     
 

wilt u reageren? stuur ons uw vragen of opmerkingen!