wereldeenhei

 

de mythe van de calorieën

grootste vergissing van de 20e eeuw  

De theorie van de calorieën, toegepast op de dieetleer, is ongetwijfeld de grootste wetenschappelijke "vergissing" van de 20e eeuw.
Het is een valkuil, een bedriegerij, een oppervlakkige en gevaarlijke hypothese zonder echte wetenschappelijke fundering. En toch wordt ons voedingsgedrag al meer dan een halve eeuw door deze theorie beheerst.
Kijk eens om u heen, observeer uw omgeving en u zult vaststellen dat het juist de zware, dikke en vetzuchtigen zijn die zeer nauwgezet de calorieën afwegen die ze eten.
Op enkele uitzonderingen na berust sinds het begin van deze eeuw alles wat men "dieet" noemt alleen maar op de theorie van "te veel calorieën".
Ten onrechte! Want er is geen enkel resultaat mee bereikt. Zonder nog maar te spreken over de op zijn minst gevaarlijke secundaire gevolgen.

     

 

HERKOMST VAN DE THEORIE VAN DE CALORIEËN

In 1930 poneerden twee Amerikaanse artsen, Newburgh en Johnston van de Universiteit van Michigan, in een van hun publicaties, de gedachte dat "vetzucht meer het resultaat was van een te calorierijke voeding, dan van een onvolwaardige stofwisseling" .
Hun studie naar het energetisch evenwicht omvatte in feite maar een zeer beperkt aantal observaties, en had m.n. ook veel te kort geduurd om een serieuze wetenschappelijke ondergrond te vormen.

Desondanks werd deze studie direct bij de publicatie al ontvangen als een wetenschappelijke, onweerlegbare waarheid en sindsdien is hij beschouwd als een "evangelie".

Waarschijnlijk zelf onthutst door alle stampij rond hun ontdekking, spraken de twee onderzoekers een paar jaar later voorzichtig hun ernstige bedenkingen uit aangaande de conclusies die ze hadden getrokken, maar hieraan werd volstrekt geen aandacht meer geschonken. Hun theorie was al opgenomen in de programma's van de medische opleidingen van de meeste westerse landen en, ook vandaag nog, neemt zij daar een stevige positie in.


DE THEORIE VAN DE CALORIEËN

In de dieetleer is een calorie de hoeveelheid energie die nodig is om de temperatuur van een gram water te laten stijgen van 14 naar 15 graden.
Het menselijk lichaam heeft energie nodig. Op de eerste plaats om een lichaamstemperatuur van 37° C. te handhaven; dat is als het ware de eerste behoefte. Maar zodra het lichaam in beweging komt, al is het maar om in verticale toestand te blijven, te bewegen, klanken voort te brengen enz. komt er een extra behoefte aan energie bij.
Nog meer energie is nodig om te eten, te verteren en voor andere handelingen die noodzakelijk zijn om in leven te blijven.
De dagelijkse behoefte aan energie verschilt per individu, per leeftijd en per geslacht.


De theorie van de calorieën luidt nu als volgt:

Als de energie-behoefte van een mens 2500 calorieën bedraagt en hij er maar 2000 inneemt, ontstaat er een tekort van 500 calorieën. Om dit tekort aan te vullen haalt het lichaam een gelijkwaardige hoeveelheid energie uit de reservevetten, wat dientengevolge zal leiden tot gewichtsverlies.
Omgekeerd, als een mens per dag 3500 calorieën opneemt, terwijl zijn behoefte maar op 2500 ligt, creëert hij een overschot van 1000 calorieën, die automatisch opgeslagen worden in de vorm van reservevetten.


De theorie gaat dus uit van het axioma dat er op de een of andere manier geen verlies van energie is. Dit is een mechanistisch model gestoeld op de theorie van Lavoisier over de wetten van de thermodynamica.
Als dit waar zou zijn, kan men zich afvragen hoe de gevangenen in de concentratiekampen bijna vijf jaar hebben kunnen overleven met maar 7 à 800 calorieën per dag. Als de theorie van de calorieën juist zou zijn, zouden ze hebben moeten sterven zodra hun vetreserves waren uitgeput, d.w.z. al na enkele maanden.
Zo kan men zich ook afvragen waarom grote eters die 4 à 5000 calorieën per dag eten, niet dikker zijn (er zijn er die zelfs altijd mager blijven). Volgens de theorie van de calorieën zouden die grote eters na enkele jaren 400 tot 500 kilo moeten wegen.
Hoe is het anderzijds te verklaren dat bepaalde mensen dik blijven worden, hoewel ze minder eten juist om hun dagelijkse hoeveelheid calorieën te verminderen? Er zijn zeker duizenden mensen die op deze manier sterven van de honger en toch steeds dikker worden.


DE VERKLARING


De eerste vraag is dus, waarom er geen gewichtsverlies optreedt, als de toevoer van calorieën verminderd wordt.

In werkelijkheid vindt dat gewichtsverlies wel plaats, maar dat is maar voor even. En dat is dan ook de reden waarom de doktoren Newburgh en Johnston zich vergist hebben, want hun observaties besloegen een veel te korte periode.
Er gebeurt het volgende:
Gesteld dat de mens 2500 calorieën per dag nodig heeft en dat gedurende een langere periode de calorietoevoer volgens deze behoefte heeft plaats gevonden. Als de hoeveelheid calorieën plotseling terug valt naar 2000, wordt inderdaad een evenwaardige hoeveelheid reservevetten gebruikt en kunnen we gewichtsverlies constateren.
Als daarentegen de calorieëntoevoer voortaan op 2000 calorieën blijft staan tegen 2500 daarvoor, zal het lichaam, daartoe aangespoord door zijn overlevingsinstinct, heel snel zijn energiebehoefte regelen naargelang de toevoer. Omdat het maar 2000 calorieën krijgt, maakt het maar 2000 calorieën op.
Het gewichtsverlies wordt dus snel onderbroken. Maar daar blijft het niet bij. Het overlevingsinstinct van het lichaam spoort het aan tot een grotere voorzichtigheid, zodanig dat het reserves gaat kweken. Als het voortaan nog maar 2000 calorieën krijgt, nou, dan vermindert het gewoon zijn energiebehoefte, naar 1700 bijvoorbeeld en slaat zo het verschil van 300 calorieën op als reservevetten.
Zo wordt het tegenovergestelde resultaat bereikt van wat werd verwacht: hoewel de persoon minder eet, begint hij geleidelijk aan weer dikker te worden.
Eigenlijk gedraagt een mens, daartoe voortdurend aangespoord door zijn overlevingsinstinct, zich niet anders dan een hond die zijn bot begraaft, terwijl hij sterft van de honger. Vooral wanneer hij zeer onregelmatig te eten krijgt, doet hij een beroep op zijn voorouderlijke instincten en begraaft zijn voedsel. Zo kweekt hij reserves terwijl hij uitgehongerd is.
Hoevelen van u zijn abusievelijk al slachtoffer geworden van de ongefundeerde theorie van het calorieënevenwicht?
U hebt in uw omgeving vast wel dikke mensen ontmoet die stierven van de honger. Dit komt vooral voor bij vrouwen.
De spreekkamers van de psychiaters zitten trouwens overvol met vrouwen wier depressie al te vaak het resultaat is van de toepassing van de calorieëntheorie. Zodra ze in deze helse cyclus terechtkomen, worden ze er al gauw een slaaf van, want ze weten dat iedere keer als ze stoppen, ze weer meer in gewicht toenemen en zwaarder worden dan aan het begin.
De meeste medici sluiten volledig hun ogen hiervoor. Ze realiseren zich wel dat hun patiënten niet afvallen, maar ze verdenken hen er eerder van het spel niet goed te spelen en toch stiekem te eten. Sommige instellingen hebben zelfs groepstherapieën georganiseerd, waarin iedere dikkerd publiekelijk aan haar lotgenoten haar gewichtsverlies opbiecht, wat met applaus ontvangen wordt, of haar gewichtstoename, wat bestraft wordt met gefluit. De wreedheid van dergelijke praktijken laat bij ons een middeleeuwse nasmaak achter.
De man met de esculaap, (op enkele specialisten na) zal weinig geneigd zijn zijn basiskennis ter discussie te stellen, omdat deze eerder symbolisch te noemen is. Op het gebied van voeding is zijn wetenschappelijke kennis, op enkele gemeenplaatsen na, nogal mager.
Trouwens, voeding is niet een gebied waarvoor artsen zich bijzonder interesseren. Wel heb ik gemerkt dat elk van de twintig artsen met wie ik heb gewerkt, voordat ik dit boek ging schrijven, eenieder, zonder uitzondering, zich was gaan interesseren voor voeding, onderzoek ging doen en experimenten ondernam, omdat hij zelf met een ernstig gewichtsprobleem te kampen had.
Het is navrant en zelfs schandalig dat zich bij het grote publiek het idee heeft kunnen ontwikkelen dat de theorie van de calorieën een echte wetenschappelijke fundering zou hebben. Deze theorie heeft jammer genoeg haar adelbrieven verworven en is tegenwoordig een van de belangrijke culturele gegevens van onze westerse beschaving.
De theorie van de calorieën is dermate verankerd in onze geest dat er geen bedrijfsrestaurant, buurtcafetaria of militaire kantine meer is die niet het aantal calorieën vermeldt van elk gerecht, om het eenieder mogelijk te maken zich op bekend terrein te wanen. Er gaat geen week voorbij of een van de vele vrouwenbladen heeft een grote reportage over vermageringsproblemen. Ze onthullen daarbij de laatste menu's, samengesteld door een ploeg deskundigen, waarin ons, in het licht van de theorie van de calorieën, "een mandarijn als ontbijt, een
halve beschuit om 11 uur, een erwtje tussen de middag en een olijf 's-avonds" wordt voorgeschoteld.
We kunnen ons afvragen waarom het idee van minder calorieën ons zo lang voor de gek heeft kunnen houden. De eerste reden is dat een caloriearm dieet altijd resultaten geeft.
Het tekort aan voedsel, waarop het gebaseerd is, leidt noodgedwongen tot afslanking. Maar, zoals we gezien hebben, is dit resultaat altijd van korte duur. De terugkeer naar de beginsituatie is niet alleen systematisch, maar in de meeste gevallen is de gewichtstoename ook nog groter. De tweede reden is, dat "caloriearm" tegenwoordig een geweldige economische stunt is.
Voedingsmiddelen met weinig calorieën zijn tegenwoordig zo'n grote markt, dat we een ware lobby het hoofd moeten bieden, waarvan de voedingsindustrie en een paar losgeslagen koks, met behulp van gediplomeerde dieetdeskundigen, de voornaamste begunstigden zijn.
De theorie van de calorieën is fout en u weet nu waarom, maar u bent er daarom nog niet van bevrijd. Want zij is dermate in uw geest verankerd dat u zich er nog lang op zult betrappen u volgens die principes te gedragen.

   

 

Bron: Slank worden met zakendiners, Michel Montignac, 4e herziene druk, Artulen Nederland BV, ISBN 90.800.756.7.0, NUGI 755

     
 

wilt u reageren? stuur ons uw vragen of opmerkingen!