|
|
|
de eindtijd |
|
eindtijd |
De eindtijd breekt aan wanneer een godsdienst de laatste in zijn cyclus is. De eindtijd is de overgang van de oude in een nieuwe volgende cyclus, wat met grote veranderingen en beroeringen gepaard gaat. De nieuwe cyclus begint weer met een nieuwe godsdienst, doch ditmaal op een hoger plan (in de ontwikkeling van de mensheid). |
|
|
tijd van nieuw begin |
De eindtijd is in alle godsdiensten, van klein tot groot, beschreven. Sommigen noemen het 'wanneer de hemelen worden samengevouwen', anderen 'de tijd van het einde', 'de Dag des Oordeels', 'de Opstanding der doden', weer anderen 'het Kali Yug' of gewoon 'het Aquarius-tijdperk'. Sommigen denken dat de stoffelijke wereld geheel vergaat, anderen denken dat de doden letterlijk uit hun graven zullen opstaan om geoordeeld te worden. |
|
|
wederopstanding der doden |
Joden, christenen en moslims verwachten dat de doden op de Dag des Oordeels uit hun graven zullen verrijzen. Bahá'ís zien dat anders. Zij zijn van mening dat het lichaam na het leven op aarde heeft afgedaan. Zijn elementen zullen zich nooit meer tot hetzelfde lichaam verenigen. Wederopstanding is de geestelijke geboorte van het individu die als een gave van de Heilige Geest wordt uitgestort. Het graf van waaruit de mens opstaat is het graf van onwetendheid en veronachtzaming. De slaap van waaruit hij ontwaakt is de geestelijke sluimer waarin velen verkeren. Het niet plaatsvinden van de wederopstanding in lichamelijke zin betekent niet dat er geen toekomst zijn zal voor de doden, integendeel, zij leven immers al lang aan gene zijde van de wereld en worden niet teruggehaald. | |
|
kosmische cyclus |
De Adamitische Cyclus bestaat uit de Openbaringen van Adam, Abraham, Mozes, Jezus Christus, Zoroaster en Mohammed, de laatste Profeet van de cyclus, het 'Zegel der Profeten'. Deze cyclus wordt met de volgende grote cyclus verbonden door de Báb (= Poort) Die de poort naar de nieuwe cyclus voorstelt. De eerste Profeet van deze nieuwe universele cyclus is Bahá'u'lláh, de Heerlijkheid des Heren, de Glorie van God, de Mahdi, de Shah Bahram. Shoghi Effendi, de achterkleinzoon van Bahá'u'lláh zegt dat deze nieuwe universele cyclus meer dan 500.000 jaar zal duren ... en werelden zal omvatten ... We noemen dit de progressieve of voortschrijdende openbaring. |
|
|
Bahá'u'lláh Heerlijkheid des Heren Glorie van God |
De bahá'ís geloven dat Bahá'u'lláh is gekomen teneinde de wereld van binnenuit één te maken. Die eenheid van de nabije toekomst is de moderne vertaling van het beloofde godsrijk op aarde. De uit deze eenheid voortvloeiende wereldvrede komt door Gods invloed tot stand en wordt door Zijn gezag voor altijd in de geschiedenis verankerd. Johannes aan de zeven gemeenten van Asia: "Hij Die op den troon gezeten is, zeide: Zie Ik maak alle dingen nieuw". Openbaring 1:4, 21:5 |
|
|
de grote Dag van God
de komst van zulk een Openbaring werd in alle heilige Geschriften aangekondigd
|
Bahá'u'lláh schrijft over dit gebeuren, deze Dag van God: De Openbaring die, sedert onheuglijke tijden, werd toegejuicht als het Doel en de Belofte van alle Profeten van God, en de dierbaarste wens van Zijn Boodschappers, is nu, krachtens de doordringende Wil van de Almachtige en op Zijn onweerstaanbaar bevel, aan de mensen geopenbaard. De komst van zulk een Openbaring werd in alle heilige Geschriften aangekondigd. Ziet hoe, ondanks zulk een aankondiging, de mensheid van haar pad is afgedwaald en zich van haar heerlijkheid heeft afgesloten. Dit is de Dag waarin Gods verhevenste gunsten over de mensen zijn uitgestort; de Dag waarin Zijn machtigste genade al het geschapene heeft doordrongen. Dit is de Dag waarin de Oceaan van Gods genade aan de mensen is geopenbaard, de Dag waarin de Dagster van Zijn goedertierenheid haar glans over hen uitspreidt, de Dag waarin de wolken van Zijn overvloedige genade de gehele mensheid overschaduwen. ... dit is de Dag waarin de mensheid het Aangezicht kan aanschouwen en de stem kan horen van de Beloofde. De roep van God is aangeheven en het licht van Zijn aanschijn verlicht de mensen. De tijd voorbeschikt aan de volkeren en geslachten der aarde is nu gekomen. De beloften Gods, zoals opgetekend in de heilige geschriften, zijn alle vervuld. Van Sion is de Wet van God uitgegaan en Jeruzalem, de heuvels en het land daaromheen, zijn vervuld van de heerlijkheid van Zijn Openbaring. Dit is de Dag welke de Pen van de Allerhoogste in alle heilige geschriften heeft verheerlijkt. Alle glorie zij deze Dag, de Dag waarin de geuren van barmhartigheid over al het geschapene zijn verspreid, een Dag, zo gezegend dat voorbije tijdperken en eeuwen nooit kunnen hopen deze te evenaren, een Dag waarin het aangezicht van de Aloude der Dagen naar Zijn heilige zetel is gekeerd. Daarop hoorde men de stemmen van de Schare in den hoge roepen: "Haast u, o Karmel, want zie het licht van het aangezicht Gods, de Heerser van het Koninkrijk van Namen en de Maker der Hemelen, is over u opgegaan". "Roep luide tot Sion, o Karmel, en verkondig de vreugdevolle tijding: Hij die voor het sterfelijk oog verborgen was, is gekomen! Zijn allesoverwinnende souvereiniteit is duidelijk; Zijn allesomvattende pracht is onthuld. Hoedt u er voor dat gij niet aarzelt of draalt. Spoedt u voort en schrijdt rondom de stad Gods die uit de hemel is neergedaald, de hemelse Kaäba, waaromheen de uitverkorenen Gods, de zuiveren van harte en de schare der verhevenste engelen zich in aanbidding hebben bewogen ... Eerlang zal God Zijn Ark op u doen varen..." O mensen, bereidt u voor, in afwachting van de dagen van goddelijke gerechtigheid, want het beloofde uur is gekomen. Hoedt u er voor de betekenis ervan mis te vatten en tot de afgedwaalden te worden gerekend. Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh, blz. 8,9,11,12,13,14,15 |
|
|
ziet en verwondert u |
Jarenlang hebben geleerden en wijzen vergeefs getracht de tegenwoordigheid van de Alglorierijke te bereiken; zij hebben hun leven doorgebracht met het zoeken naar Hem, doch zij aanschouwden de schoonheid van Zijn aangezicht niet. Gij hebt zonder de geringste inspanning uw doel bereikt en zonder zoeken het voorwerp van uw verlangen gevonden... Gij die ogen hebt, ziet en verwondert u! Verborgen Woorden, Bahá'u'lláh, blz. 42. | |