|
|
|
liefde |
| God en het kwade |
Volgens het principe van het dualisme bestaat alles uit twee tegengestelde elementen: een positief en een negatief element. Bijvoorbeeld: warmte en koude, licht en duisternis, goed en kwaad, rijkdom en armoede, God en het kwade... Dualisme kent aan beide elementen evenveel kracht toe. |
|
|
God en het verwijderd zijn van God niet meer in de ban van het negatieve, maar afwijzen van het positieve zelf kiezen tussen goed en kwaad |
Bahá'u'lláh legt uit dat er geen dualisme bestaat, maar dat alle elementen één zijn: warmte en het ontbreken van warmte (= koude), licht en het ontbreken van licht (= duisternis), goed en het ontbreken van goed (= kwaad), rijkdom en het ontbreken van rijkdom (= armoede), God en het verwijderd zijn van God... Het dualisme geeft ons eigenlijk weinig kans. Ben je in de ban van het kwade - volgens veel kerken kun je door de duivel of Satan of Idris beheerst worden - dan kom je daar niet gemakkelijk van af. Je moet je dan tegen die macht teweerstellen en voor de andere kiezen. Bahá'u'lláh zegt dat het allemaal een stuk eenvoudiger ligt en tegelijkertijd veel moeilijker. Eenvoudiger, omdat je wèl licht in de duisternis kunt brengen (je steekt gewoon een lamp aan) maar geen duisternis in het licht (je kunt geen 'zwart'-licht aandoen, maar wel het 'licht' uitdoen). Veel moeilijker, omdat je niet meer in de ban van een duistere of negatieve macht kunt zijn, maar zelf bepaalt of je het positieve of het negatieve in je geest of bewustzijn toelaat. | |
|
je houding in het dagelijkse leven - liefde - haat - geluk - afgunst - ergernis - voldoening |
Ga eens na hoe je in het dagelijks leven reageert op allerlei gebeurtenissen. Als er iets gebeurt wat je niet zint, ben je b.v. geërgerd. Gebeurt er iets plezierigs, er komt een baby, je zoon of dochter trouwt, je krijgt die baan die je zo graag had willen hebben, dan noem je dat geluk en ben je vervuld van liefde. Gebeurt er iets vreselijks, dan kun je vervuld zijn van verdriet of zelfs van haat. Misschien haat je kleurlingen of asielzoekers, misschien haat je oorlog en alles wat daarme te maken heeft. Mischien haat je zinloos geweld, verkrachting, vandalisme of haat je je buren. Misschien ben je wel om allerlei redenen afgunstig op anderen. Je weet niet eens hoeveel mensen je door je onnadenkenheid al hebt gekwetst en nog steeds doet. |
|
|
zelf bepalen of je het positieve of het negatieve in je geest of bewustzijn toelaat
geborgenheid, rechtvaardigheid en zelfherkenning tegenover angst, boosheid en verdriet |
De eisen die we aan de mensheid stellen worden door het klimmen naar een hogere laag in onze ontwikkeling over de hele wereld vergelijkbaar. Het maakt dus niet meer uit in welke cultuur je bent opgegroeid of van welk werelddeel je komt. Het gaat erom hoe ik mij in onze samenleving gedraag en mijn leven vorm geef. Natuurlijke reacties. Laat ik mij gewoon gaan, zonder na te denken, dan reageer ik op een volkomen natuurlijke wijze met ergernis, haat, afgunst, liefde of medelijden. Mijn reactie is geheel op mijzelf gericht en biedt anderen, dat is onze samenleving, helemaal niets. In mijn onnadenkendheid richt ik bij anderen veel schade aan, maar ik bemerk dat niet eens. Ik laat op die manier allerlei negatieve reacties in mijn bewustzijn toe en leer mijzelf ook een volgende keer zo te reageren. Geestelijke reacties. Als ik over mijn eigen plaats in de samenleving nadenk en het positieve in mijn bewustzijn toe wil laten, moet ik eerst leren wat dat is en dan dat positieve voeden (net als ik met dat negatieve had gedaan). Als ik positief reageer, richt ik mijn reactie op geestelijke wijze op de samenleving en stel ik geborgenheid, rechtvaardigheid en zelfherkenning tegenover angst, boosheid en verdriet. Ik leer mijzelf ook een volgende keer zo te reageren. Het is een opvoedings- en denkproces dat bij de geestelijke volwassenwording van ieder mens behoort. |
|
|
Het is de liefde van God die dat alles kan bewerkstelligen. Die liefde is gratis en stelt geen eisen. God zegt de mensen: "Ik had uw schepping lief, daarom schiep Ik u." Verder is er geen enkele reden voor Zijn liefde aan ieder mens afzonderlijk . Maar die liefde moet je eerst ontdekken door je voor God open te stellen en Zijn liefde in je bewustzijn toe te laten. God zegt: "Heb Mij lief, dat Ik u kan liefhebben. Indien gij Mij niet liefhebt, kan Mijn liefde u op generlei wijze bereiken." "De vrucht van het menselijk bestaan is in waarheid de liefde tot God, want deze liefde is de geest des levens en de eeuwige milddadigheid. Als de liefde tot God niet bestond, zou de vergankelijke wereld zich in duisternis bevinden; als de liefde tot God niet bestond, zouden de harten van de mensen dood zijn en verstoken van het bewuste bestaan..." 'Abdu'l-Bahá, Beantwoorde Vragen, 1982, Stg. Bahá'í Literatuur, Den Haag, blz. 254. |
||
|
goddelijke eigenschappen |
Het doel van de mens op deze aarde is om zich goddelijke eigenschappen te verwerven, eigenschappen die wij op onze verdere reis in de eeuwigheid nodig hebben. Onze aarde is voor ons de aangewezen plaats om deze eigenschappen zelf te ontwikkelen, want die kans krijgen wij later niet meer. Eigenschappen zijn heel neutraal, niet goed en niet slecht. Het gaat erom hoe je die eigenschap in je leven toepast. Haat klinkt slecht, maar als ik zinloos geweld haat, is dat weer goed. Boosheid klinkt ook slecht, maar ik kan een gerechtvaardigde boosheid hebben tegen onderdrukking. Zo klinkt liefde goed, maar als ik het slechte liefheb, is er niet ook veel goeds meer aan. |
|
|
liefde |
"Wanneer u een familielid of een landgenoot liefhebt, laat dit met een lichtstraal van de oneindige liefde zijn! Laat het in God en voor God zijn! Overal waar u de hoedanigheden van God vindt, hebt die persoon lief, of hij nu tot uw familie behoort of tot een andere. Stort het licht van een grenzeloze liefde uit over ieder menselijk wezen dat u tegenkomt, of hij nu behoort tot uw land, uw ras of uw politieke partij, of tot een andere natie, kleur of politieke overtuiging. De hemel zal u bijstaan, terwijl u werkt aan het bijeenbrengen van de her en der verspreide volkeren op aarde onder de bescherming van de almachtige tent van eenheid." 'Abdu'l-Bahá, De Toespraken van 'Abdu'l-Bahá in Parijs, blz. 41-42 |
|