|
|
|
goddelijke liefde |
|
liefde van God aan de mens
|
O MENSENZOON! Ik had uw schepping lief, daarom schiep Ik u. Heb Mij dus lief, dat Ik uw naam kan noemen en uw ziel kan vervullen met de geest des levens. Verborgen Woorden resp. nr 4 (uit het Arabisch), Bahá'u'lláh. Stichting Bahá'í Literatuur, Den Haag, 2e druk 1975 |
|
|
liefde van de mens aan God
|
HET GROTE GEBOD ... Meester, wat is het grote gebod in de wet? Hij (Jezus Christus) zeide tot hem: Gij zult den Here uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf." Matthéüs 22:34-39. |
|
|
wederzijdse liefde
|
O ZOON VAN HET BESTAAN Heb Mij lief, dat Ik u kan liefhebben. Indien gij Mij niet liefhebt, kan Mijn liefde u op generlei wijze bereiken. Weet dit, o dienaar. Verborgen Woorden resp. nr 5 (uit het Arabisch), Bahá'u'lláh. Stichting Bahá'í Literatuur, Den Haag, 2e druk 1975 | |