|
|
vrijheid |
| wat is vrijheid |
Vrijheid van godsdienst. Vrijheid van meningsuiting. Vrijheid van seksuele beleving. Kan vrijheid een bedreiging vormen voor vrijheid? Is vechten vrijheid? Is ruziën vrijheid? |
|
| onze resp. Grondwet |
Discriminatie België Art. 10: Er is in de Staat geen onderscheid van standen. De Belgen zijn gelijk voor de wet; ... De gelijkheid van vrouwen en mannen is gewaarborgd. Art. 11: Het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen toegekend moet zonder discriminatie verzekerd worden. Te dien einde waarborgen de wet en het decreet inzonderheid de rechten en vrijheden van de ideologische en filosofische minderheden. België Art. 19:
De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. |
|
| afweging tussen godsdienstvrijheid en non-discriminatie: sleutelwoord is 'gelijke gevallen' |
Er is een duidelijk patroon te onderscheiden in de uitspraken van rechters. Als een afweging gemaakt moet worden tussen de godsdienstvrijheid en het non-discriminatieprincipe, dus tussen de betrokken artikelen van de Grondwet, dan zal de rechter proberen te bepalen of de zaak binnenkerkelijk (binnen een kerkgenootschap) is of niet. Zodra de zaak strikt binnenkerkelijk is, zal het oordeel uitvallen ten gunste van de godsdienstvrijheid. De rechter zal dan gebruikmaken van een kerkelijk rechtssysteem (in het geval van de r.-k. Kerk), en als dat er niet is (in het geval van bijvoorbeeld de protestante Kerken), van een algemeen heersende traditie. Maar zodra de zaak ook maar gedeeltelijk buitenkerkelijke trekken heeft, zoals bv. het ontslagrecht, zal de rechter in het kader van bijvoorbeeld het ontslagrecht oordelen ten gunste van het non-discriminatieprincipe. |
|
| vrijheid van meningsuiting, van godsdienst, van seksuele geaardheid. |
Dominee
vrijgesproken van belediging.
ARNHEM - Homoseksualiteit als een 'vieze en vuile zonde' bestempelen is
niet beledigend als dit vanuit een geloofsovertuiging gedaan wordt, oordeelde
het Arnhemse gerechtshof gisteren. Het sprak een Hengelose dominee vrij
van belediging. |
|
|
opvoeding der volkeren (en dat is ook uw en mijn opvoeding) |
"O volk van God! Houd u niet met uzelf bezig. Laat de verbetering der wereld en de opvoeding der volkeren uw doel zijn... Volgens het Bahá'í standpunt zijn de problemen van het menselijk leven, individueel en sociaal, zo ongelofelijk ingewikkeld, dat het gewone menselijke verstand niet in staat is er zonder hulp de juiste oplossing voor te vinden. Slechts de Alwetende kent volledig het doel van de schepping en weet hoe dat doel kan worden bereikt. Door de profeten toont Hij de mensheid het ware doel van het menselijke leven en de rechte weg van vooruitgang. | |
|
vrijheid vraagt verstand en zelfdiscipline vrijheid is geen anarchie |
Er is niets gevaarlijker dan vrijheid voor hen die niet in staat zijn deze verstandig te gebruiken. Over het begrip 'vrijheid' in het algemeen zegt Bahá'u'lláh: "Zie hoe kleingeestig de mensen zijn. Zij vragen om hetgeen nadeel berokkent, en verwerpen wat hun baat. Zij behoren werkelijk tot hen die ver zijn afgedwaald. Wij treffen menigeen aan die vrijheid wenst en zich daarop beroemt. Zulke mensen verkeren in de diepste onwetendheid. Vrijheid moet uiteindelijk altijd tot opstand leiden, waarvan niemand de vlammen kan doven. Daarvoor waarschuwt u de Oordelaar, de Alwetende. Weet dat het dier de belichaming en het symbool van vrijheid is. Hetgaan de mens betaamt, is onderwerping aan beperkingen die hem beschermen tegen zijn eigen onwetendheid en hem behoeden voor het kwaad van de onruststoker. Vrijheid maakt, dat de mens de grenzen van welgevoeglijkheid overschrijdt en de waardigheid van zijn staat schendt. Het verlaagt hem tot het peil van ontaarding en goddeloosheid." Bahá'u'lláh in de Kitab-i-Aqdas, nr. 16 |
|
|
gehoorzaam aan de wetten van het land heb ik de vrijheid om te doen wat ik wil? mijn eigen vrijheid de vrijheid van mijn naaste |
Hoort de mens tot de dierenwereld? Is de mens een dier? "In ieder land ... moeten zij zich jegens de regering van dat land betrouwbaar, oprecht en gehoorzaam gedragen." Bahá'u'lla'h - Glad Tidings (Bahá'í World Faith, blz. 192). Leef ik zelf in vrijheid als ik daardoor de vrijheid van mijn naaste beperk? Heb ik de vrijheid in mijn eigen tuin zoveel lawaai te maken als ik wil, ook als ik weet daardoor mijn buren te pesten? Er zijn nog van die mensen die ook graag van hun tuin willen genieten. Heb ik de vrijheid om zo snel met mijn auto te rijden als ik wil, ook als daardoor andere weggebruikers in gevaar komen? Er zijn nog van die mensen die zich wèl aan de maximum snelheid willen houden. Heb ik de vrijheid om mensen vanwege hun uiterlijke verschijning belachelijk te maken. Ik weet echt wel, dat ik die mensen daardoor heel erg kwets. Mensen kunnen er niets aan doen of ze dik, dun, klein, jong of oud zijn, niet aan het modebeeld voldoen, gehandicapt zijn, homosexueel zijn of juist niet, een andere huidskleur hebben. Waar ze wèl allemaal iets aan kunnen doen, is hun gedrag... Waarom let u daar niet méér op? Heb ik de vrijheid om.... u weet er zelf nog veel meer, en we bezondigen er ons allemaal min of meer aan. Is dat een reden om er niets aan te doen? Nee toch.... |
|
|
volmaakte vrijheid |
"Zeg: ware vrijheid ligt in de onderwerping van de mens aan Mijn geboden, hoe weinig gij dit ook beseft. Zouden de mensen datgene wat Wij tot hen hebben gezonden uit de hemel van Openbaring in acht nemen, dan zouden zij voorzeker volmaakte vrijheid deelachtig worden. Gelukkig is de mens die het Plan van God heeft begrepen in alles wat Hij heeft geopenbaard vanuit de hemel van Zijn wil die al het geschapenen doordringt. Zeg: de vrijheid die u zal baten is nergens te vinden dan in volkomen dienstbaarheid aan God, de eeuwige Waarheid. Al wie die zoetheid heeft geproefd, zal haar voor alle heerschappij in de hemelen en op aarde niet willen ruilen." Bahá'u'lláh in de Kitab-i-Aqdas, nr. 16 |
|
| vechten en ruziën | Vechten en ruziën horen bij de wilde dieren. Het is door Gods genade en met behulp van de juiste woorden en prijzenswaardige daden dat de getrokken zwaarden van de bábi-gemeenschap in hun schede werden teruggestoken. Door de kracht van goede woorden zijn de rechtvaardigen er inderdaad altijd in geslaagd uiteindelijk gezag te krijgen over de velden van het hart van de mensen. Zeg, o gij geliefden! Verloochen de voorzichtigheid niet. Neig uw hart naar de raadgevingen die door de Verhevenste Pen zijn gegeven, en hoedt u ervoor dat uw hand of uw tong geen leed veroorzaakt bij mensen, wie het ook zijn. Bahá’u’lláh, Tablets of Bahá’u’lláh revealed after the Kitáb-i-Aqdas/ Tafel van de Wereld (Lawh-i-Dunyá), blz. 85, Vert. van Bahá’í Vizier, Bron: bahai-readings@bcca.org |
|
|
|
||